zondag 19 april 2015

Beleggen in elektronisch geld

Beleggen in elektronisch geld

Bij een volwassen financieel product horen zaken die je als consument gewend bent terug te vinden in de financiële wereld. Ofwel er dienen ook mogelijkheden te komen om te sparen, beleggen en dergelijke.

Inmiddels zijn de eerste tradingsystemen op de markt aan het te komen voor mensen een korte-termijn positie in elektronisch geld in hun portefeuille op willen nemen. Een voorbeeld vindt u in [dit artikel].

Maar niet iedereen is gecharmeerd van korte-termijn beleggen en handelen. Die moeten dus bijvoorbeeld gebruik maken van een spaarplan zoals E-gulden dat aanbiedt of zelf iets op gaan bouwen. En dat opbouwen is simpeler dan u denkt.

Iedere belegger weet dat spreiding in een portefeuille van het grootste belang is om het risico zo klein mogelijk te houden. Dus meerdere soorten elektronisch geld in één portefeuille lijkt wenselijk waarbij we deze zo goed mogelijk in balans willen brengen.

We zouden bijvoorbeeld kunnen denken aan zowel Bitcoin als enkele altcoins. De strijd tussen E-gulden en Guldencoin ( belachelijk trouwens dat zo'n splitsing zelfs maar bestaat maar splitsen en afsplitsen zit nu eenmaal  in de Hollandse genen en heeft nog nooit een rationele achtergrond gehad ) is nog niet gestreden en het is nu nog niet te overzien in wiens voordeel dat uit gaat pakken. Het is uit beleggingsoogpunt dan ook verstandig om in beide munten een positie op te bouwen. Bitcoin hoort er uiteraard bij uit een oog punt van spreiden.

Stel dat we een set elektronische munten samenstellen waarin iedereen ongeveer gelijkwaardig vertegenwoordigd is en we doen dat op basis van 1 bitcoin, dan komt dat overeen met 42712 e-gulden en 341693 guldencoin, aan te schaffen voor ongeveer 630 euro

Maar hoeveel sets moeten we dan hebben op basis van minimaliseren van het risico? Het grote risico van elektronisch geld is de acceptatie door de maatschappij. Iets wat op dit moment niet overal evenveel prioriteit heeft zoals het vorige artikel over de nieuwe website van Guldencoin wel aangeeft.

Stel dat we de kans op een doorbraak op 1% schatten. Dan is het uit een oogpunt van portefeuillebeheer niet verstandig om meer dan 1% te investeren. Dus stel dat u €100.000 te beleggen hebt dan zou ongeveer 1% daarvan in elektronisch geld belegd moeten worden. Schat u de kans op doorbraak hoger in dan kunt u altijd een hoger percentage nemen

Bij bovengenoemde verdeling komen we dan ongeveer uit op 1000/630 = 1,58 keer de genoemde aantallen, ofwel

           1,5800 bitcoin, 
   67484 e-gulden en 
 539875 guldencoin.

Schat u de kansen van deze verschillende virtuele munten niet gelijk is dan kunt u altijd nog veranderingen in de onderlinge verhoudingen aanbrengen maar ga bij het totaal toch niet boven het 1% percentage uit. (tenzij u denkt dat de kans groter is)

Mochten de elektronisch geld projecten een fiasco worden door gebrek aan acceptatie (aan de techniek zal het zeker niet liggen) dan bent u maximaal 1% kwijt. Mocht de acceptatie gaan groeien dan kunt u dit percentage rustig wat verhogen. Mocht elektronisch geld echt doorbreken dan is de kans groot dat de huidige 1% verreweg het grootste deel van uw beleggingsportefeuille uit gaat maken.

En als u dit artikel op het zusterblog er even bijpakt en even wat rekenwerk doet, dan laat ik de verdere conclusies verder graag aan u.